Het grote stille zwijgen
Ik hou ontzettend van stilte. Dat weet iedereen die me kent. Maar niet van alle stiltes. Sommige wil ik luid doorbreken. Laatst nog. Een omerta leek het wel. Van de weinig welbespraakte tot de grootste eloquente spreker deden ze er het grote stille zwijgen toe. De vele toonaarden van stilte klonken oorverdovend. Met maffia had dit nochtans niets te maken. Het was het zelfgekozen niet aanroeren van het onderwerp. Van al die jongemannen daar samen. Zonder dat ze het ooit uitspraken, was dat de afspraak.
Hoe het zover kon komen, dat plaatje zie ik helemaal voor me: hoe ze samen kwamen, wat bijpraatten over de afgelopen weken, die ene anekdote opdisten die de samenkomst wat kleur zou geven, wat lachten, nog wat praatten en zo nadien tevreden konden zeggen dat het wel gezellig was geweest. Maar zo wisten ze geen van allen van elkaar hoe het met de ander ging. Hoe geschift was dat niet? Vrienden hebben waar je om geeft en die om jou geven maar waarmee je het meest persoonlijke van al niet deelt. Die gedachte schoot door mijn hoofd. Maar dat was overduidelijk niet wat mijn gesprekspartner ervan dacht. Hij vertelde hoe eenzaam hij het wel vond te merken dat zijn vrienden er blijkbaar niet mee worstelden. Hoe weet je dan zo zeker dat zij er geen last van hebben, vroeg ik. Ja, gewoon, omdat ze niet vertellen dat ze zich slecht voelen. Of hij dat dan eerder wel al eens gedaan had, wilde ik weten. Nee, dat niet, zij snijden het onderwerp nooit aan, dus spreek ik er ook niet over.
De Pools-Amerikaanse psycholoog Solomon Asch schiet weer door mijn hoofd. Met enkele opvallende experimenten bewees hij de dwingende kracht van het menselijk conformisme. Geeft een groep het teken dat iets niet alarmerend is, dan zal het individu niet ingrijpen. Geeft een groep het signaal dat iets onbesproken moet blijven, dan zal het individu er het zwijgen toe doen en er handig omheen fietsen.
Je hebt dus al een moedige jongeman nodig die temidden al die andere jongemannen zomaar begint… over hoe rot hij zich bij wijlen voelt in deze moeilijke tijden. Nee, how, how, how! Laten we ons vooral houden aan het stilzwijgend mantra dat heel wat mannen al eeuwen lijkt te sturen: let the untold remain untold. Daar zit zelfs een zekere logica in. Want wat niet uitgesproken wordt, bestaat nog niet. En omgekeerd, dat wat uitgesproken wordt, kan niet meer weggeborgen. Het woord is eruit, de emotie krijgt een gezicht en een naam. En hoe ga je daar dan mee om, hoor ik ze zich afvragen. Hoe loopt zo’n gesprek dan? Het vermeende onvermogen om over zoiets te praten doet hen als jongemannen besluiten dat ze het beter niet proberen.
Vandaag las ik in de krant de getuigenis van een jonge vrouwelijke leeftijdsgenote van de jongeman in kwestie. Dat ze zich dichter voelt bij haar vriendinnen nu. Omdat ze delen in elkaars leed en dat leed ook met elkaar delen. Omdat ze elkaar gewoon een berichtje sturen wanneer het niet goed gaat, wanneer het een slechte dag is. En dat dit komt zonder verplichtingen, zonder betuiging van uitzonderlijke talenten om de juiste dingen te moeten doen of zeggen. Gewoon weten dat het gezegd kan worden en dat het gehoord zal worden. Gewoon weten dat ze elkaar hebben. Iets van gedeelde smart enzo. Aan alle jongemannen die tot nu gemakkelijk kozen voor het zwijgen: luister naar die jongedame, luister en leer!
Benieuwd naar Solomons Asch? Als je invalt op 2:57 van onderstaand filmpje, dan beland je middenin het groepsexperiment. Ongelofelijk vreemde dieren zijn wij!