Ode aan mijn vader in coronatijden
Ik zou kunnen kiezen voor de provocatieve insteek en schrijven dat hij een bijzonder intelligent maar onuitstaanbaar man was. Ik zou kunnen kiezen voor de wat voor de hand liggende elegie, me beperken tot de loftuitingen en schrijven dat hij een intelligent en fijnzinnig man was. Maar ik moet eerlijkheidshalve beginnen met te zeggen dat de verleden tijd eigenlijk niet aan de orde is. Pas op, het had gekund. Mijn papa is al 78, kreeg Covid en was er weken fameus fysiek van onder de voet. Dat doet een mens trouwens al eens nadenken over wat iemand voor je betekent. Maar mijn vader ligt dus gelukkig nog niet onder de zoden. En dat wil ik écht nog even zo houden. Ik ben echt aan hem gehecht. Zijn menszijn kan me zo raken.
Het klinkt ongetwijfeld koud, maar ik had het pakweg dertig jaar geleden niet kunnen bedenken, dat ik hem op zijn gezegende leeftijd niet zou willen missen. Dat komt zo. Mijn vader is een moeilijk man en had altijd wel met iemand in huis ruzie. Soms wat twistziek, vaak getormenteerd, altijd zoekend en ontzettend nerveus. Het was als opgroeiende tiener en zelfs als adolescent verre van evident om zijn dochter te zijn. Maar mijn vader is ook een erg bijzonder figuur in de goede zin van het woord. Vaak excentriek in zijn denken en zijn doen, wat heerlijk verfrissend kan zijn. Ontzettend erudiet (ik durf zomaar zeggen dat ik niemand ken die meer belezen is dan hij, hij is voor mij de intellectueel onder de intellectuelen). Altijd diepzinnig ook in zijn existentiële beschouwingen. En laat dat nu hetgeen zijn dat me zo diep raakt.
Ik zie me nog zitten, in het Zuiden van Frankrijk, met een brok in de keel onder een loden zon. Mijn vader was er net in geslaagd om in tegenstelling tot alle mensen daar aanwezig perfect te verwoorden wat ik voelde en dacht in al mijn worstelingen. Hij, de vaak afwezige vader die zelden nabij was in tijden van crisis, net híj slaagde erin me in het diepste van mijn emotionele onrust te vatten. Hij troostte met zijn woorden zoals niemand rondom mij dat op dat moment kon. Het inzicht dat een enkel moment van begrip en connectie zo betekenisvol kan zijn, dat was er één voor het leven.
Vandaag is het niet anders. Terloops vraagt hij schalks naar Pidepanaque, mijn opstartende praktijk. Hij kent Kuifje als geen ander, kan de knipoog naar ‘pas de panique’ smaken maar houdt van een plagerij en vraagt steevast lichtjes oneerbiedig “En? Hoe is het nog met uwe ‘pas de cramique’?”. Mij ontwapenend midscheeps treffen, dat kan hij goed. Dat corona me deels lam legt en dat me dat soms wat ongelukkig maakt, vertel ik hem. Hij voelt precies wat ik wil zeggen en komt met zo’n eenvoudige uitspraak dat ze haast banaal lijkt. En toch raakt ze me diep: “Weet ge, in het leven moet ge ver vooruitkijken en geduld hebben”. En ik bedenk me dat hij me alweer bracht wat ik nodig had. Troostende woorden in troosteloze tijden.